Het Tropische Perkje

Planten
In een
 volgend onderdeel ga ik wat dieper in op onze definitie van een " exotische plant" maar U kunt wel een gevoel krijgen als wij eerst een aantal planten het revue laten passeren. Veel exoten zijn in het tropische perkje samen gebracht en op het einde van 2006 waren er:

 
 

  • Gunnera chilensis (syn. G. tinctoria) - (mammoet blad or reuzen rabarber) 
  • Gunnera manicata uit Brazilië (foto beneden)
  • Musa basjoo (Japanse vezelbanaan)
  • Musa sikkimensis (syn. M. hookerii)
  • Phormium tenax “Bronze baby” (Nieuwzeelandse vlas)
  • Cordyline australis “Zuidland” (hardy cabbage tree) 
  • Typhonium (Sauromatum) nubicum – (foto beneden) – reuze of Nubische  voodoolelie
  • Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant” – rijstpapier plant
  • Gember soorten:
    • Hedychium maximum en spicatum 
    • Roscoea purpurea en “Brown Peacock” selection
    • Roscoea australis 
    • Roscoea auriculata “White Cap” en “Floriade
  • Pelargonium endlicherianum (uit Turkije)
  • Olearia x scillionensis (Tasmanian daisy bush)
  • Cytisus battandieri - ananasbrem
  • Melianthus major
  • Clerodendrum bungei (foto beneden)
  • Fatsia japonica “Aureovariegata” (foto beneden) – Japanse vingerplant
  • Elsholtzia stauntonii “Alba”
  • Nandina domestica (foto beneden) – hemelse bamboe
  • Paulownia tomentosa

Vanaf 2008/9 is "Het Tropische Perkje" wat meer van een proeftuin geworden met planten zoals de Tetrapanax verhuisd naar andere plekken in de tuin. Bodembedekkende Echeveria waren een sukses maar moesten elke winter, vorst-vrij,  in de kas doorbrengen en ik was ze een beetje zat en wilde naar een meer vaste beplanting in dit deel van het perkje. Phormium "Bronze Baby" ontwikkelde zich tot een mooie reus centraal achterin de border. 'S winters heb ik zijn bladderen bij elkaar vastgebonden en het geheel met droge bladderen omgeven en alles door een noppenfolie buitenkooi beschermd. Nooit vorst schade gehad. Eind 2008 heb ik besloten om te zien wat zou gebeuren wanneer ik niets deed. Met de lange koude lente van 2009 was dat een foute boel en alleen de wortel heeft 't deels overleeft. Mijn regel voor de toekomst is dus om alle cordylines, phormiums en grassoorten zoals astelias altijd bescherming te geven. Herstel vanuit de wortel van zulke soorten is te traag en rommelig, althans bij ons. Momenteel heb ik verschillende soorten phormium in potten dat ik in de "Vuur en Ijs Tuin" uitplant en ik ben aan het denken of ik zoiets in de tropische perkje ga doen. Eigenlijk, uitkijkend over een witte sneeuwvlakte als ik nu schrijf in januari 2010, wacht ik nog steeds op een Weg naar Damascus flits voor een idee om wat uiteindelijk te gaan doen in het middenste stuk van het perkje. Ik heb een selectie zaden van knallende coleus, osteospermum, mesembryanthemum en dahlia soorten om alles goed op te vullen voor 2010, maar toch, de echeveria waren misschien niet zo een slechte keuze geweest!


   
 Gunnera manicata  Fatsia japonica               
   
   
        Clerodendrum bungei          Nandina domestica
   
   
 Paulownia tomentosa boom   en bloem 
 
 Typhonium (Sauromatum) nubicum           
“Voodoolelie” 

 
 Echeveria elegans

Naast de bovenvermelde vaste beplanting hebben wij Echeveria elegans als een zomer bodembedekker gebruikt. Echeveria zijn niet winter hard maar kunnen heel makkelijk in kisten in de kas overwinteren. Opuntia cactus soorten heb ik nog in potten en op verschillende drogere plekken in de tuin. 

 
 Trachycarpus fortunei



Exotische planten zijn ook elders in de tuinen te vinden. In onze rozentuin
treft U
Trachycarpus fortunei (Chusan palm, foto rechts), Arbutus unedo "Rubra”  (Aardbeiboom, foto beneden) en Opuntia humifusa. Verder komt U veel camelia, bamboe, arisaema en asarum soorten en gemberplanten in overige delen van de tuinen tegen.

 
 Arbutus unedo "Rubra"



Wat zijn “exotische planten”?
Niets zou gemakkelijker zijn dan dit onderwerp over te slaan maar, staan wij er even bij stil, dan komen er toch enkele interessante punten naar voren. Eigenlijk zijn ongeveer 90% van onze (tuin) planten exotisch wat hun oorsprong betreft – dit zeker in Engeland dankzij de ijstijden, waar zelfs de kastanjeboom een Romeinse import was om niets te zeggen over de talloze introducties in de 19de en 20ste eeuwen. Voor ons doel is mijn definitie van een “exotische” plant iets dat "tropisch oogt” of een uitstraling van de tropen of iets ver weg heeft! Planten met grote en/of sierlijke bladeren komen voor de geest zoals gunnera, musa (sierbananen), tetrapanax en melianthus. Gekleurde bladeren van canna of colocasia soorten ogen best exotisch. En, tot slot, een palm zoals een trachycarpus, opuntia cacti (“prickly pear”), yucca soorten en agave brengen allemaal gedachten aan ergens ver weg in ons hoofd. Hopelijk bent U nu op mijn golflengte!

Een exotisch plant hoeft niet niet winterhard of zelfs matig winterhard te zijn maar hardheid is inderdaad iets waarmee men rekening moet houden. Onze algemeen huisregel is dat onze exoten voldoende winterhard moeten zijn om hier buiten te blijven eventueel met wat bescherming. Verder, onze interesse geldt voor planten die er mooi uitzien en niet alleen maar "een winter net overleven". Persoonlijk vind ik niets erger dan een plant die zichtbaar staat te (over) lijden terwijl de trotse tuinder staat te pronken over een plant die eigenlijk thuis hoort in een Centraal Amerikaans regenwoud maar hier toch buiten "groeit"!


Exotische beplanting in de tuin

 
 Hedychium “Tara”


Een genoegen in een gevarieerde beplanting zoals bij “Op de Haar” is dat door het gehele jaar iets interessants te vinden is. Maar wanneer veel zomerbloemen er rond eind Augustus wat moe uit beginnen te zien en de frisse eerste bloemen van aster en dahlia’s voorbij zijn, heb je wel een “wow factor” nodig om de periode tot de herfstkleuren te overbruggen. Juist dan zijn veel exotische planten op hun top. Sommige laten weinig van zich zien vóór medio juni zelfs – denk aan veel gembersoorten en
melianthus. Dus een combinatie van lente bloeiende bollen met iets zoals Hedychium “Tara” (foto rechts) zou een nuttig gebruik van een ruimte zijn.

Toch zijn veel van onze exoten in het zgn. “Tropische Perkje” te vinden. Hier is er volop beschutting en volle zon vanaf ongeveer 10.30 ‘s ochtends. De bodem is goed doorlatend en op een zonnige winterdag is het verassend aangenaam terwijl het in de zomer zelfs bijna onaangenaam is (40°C komt vaak voor). De beplanting is in 2004 begonnen en wij zijn nog steeds bezig om een esthetisch inrichting te bereiken dat stemt ons volledig tevreden. Zelfs 5 jaren geleden waren veel planten van de koudere gebieden van Australasia en Zuid Amerika niet in Nederland “uitgeprobeerd” om niets over blijvende introducties uit landen als Nepal en China te noemen. Verder realiseren wij ons nu dat mits men voor droge condities zorgt, er veel woestijn planten zijn die verassend lage temperaturen kunnen doorstaan. Er is alleen maar één praktische manier om hun geschiktheid in de Nederlandse tuin te ontdekken – uitproberen! Dit experimentele aspect spreekt ons aan. Denk maar eens aan een fictieve tuinman uit het Victoriaanse tijdperk en wat hij zou zeggen over de weelderige beplanting van camelia en bamboe bij ons. Na 15 jaren (zonder enige winter bescherming) krijgen wij nog steeds vragen over hoe wij Fatsia japonica (foto links beneden) (vinger plant) buiten kunnen overhouden. Meest spectaculair voor veel mensen is onze Trachycarpus fortunei (foto rechts) die heeft in mei 2006 voor het eerst gebloeid na 10 jaar.

   
 Fatsia japonica  Trachycarpus fortunei

Toch om te illustreren dat winterhardheid gewoon bestaat om ontdekt te worden, Lawrence Johnston heeft Trachycarpus buiten in Hidcote (Cotswolds, UK) in de jaren ’30 geplant en ze bleven lang staan op een wat open plek op een heuveltop. Mijn punt is eenvoudig dat er heel veel over de winterhardheid van exotische planten blijft te ontdekken. Ze zijn tegenwoordig steeds makkelijker te krijgen via gespecialiseerde kwekerijen of zaadhandelaren (zie Websites). Ze bieden ons vaak iets bijzonders aan dat nog niet in elk tuincentrum te vinden is, soms in ruil voor wat moeite in de vorm van winter bescherming. Hopelijk heb ik de verleiding sterk genoeg gemaakt om U ook over te halen iets te proberen.

In het hoofdstuk over Canna is er een foto van winterbescherming te vinden en links, ondanks mijn eerder uitgesproken spelregel, ziet U onze volle kas ’s winters.

 
 
 Onze kas in winter

Bananen in Nederland

 
 Musa basjoo


De bananen hebben mij de meeste voldoening bezorgd. Ze beginnen in maart als afgevreten stompen en, zoals door toverij, beginnen nieuwe groene bladeren vanuit het midden van de stam te ontvouwen. Heel fascinerend! Als eerst begint
Musa basjoo (foto links) die makkelijk 4m bereikte in zijn tweede jaar buiten in 2005. Een combinatie van hoge temperaturen en een heel nat periode in Augustus 2006 resulteerde in bijna 5m. In overeenstemming met de literatuur, M. sikkimensis schijnt wat hogere temperaturen nodig te hebben om tot groei te komen. Tegen het einde van de zomer is mijn sikkimensis vrijwel, qua uiterlijk, hetzelfde als een basjoo – nieuwe bladeren tonen weliswaar een rode gloed aan de onderkant. Mijn plant is van zaad afkomstig en ga ik  hem ooit vervangen dan zou ik zorgen dat ik de Red Tiger” variant met rode strepen kreeg. Als het je enige wens is om een flinke banaan te kweken, blijf dan bij Musa basjoo. Een laatste punt, zorg dat de plant niet in de wind staat anders zijn de bladeren gauw aan flarden.

Water, mest en zon

De eigenschap van explosieve groei die men vaak in bananen en andere subtropische planten aantreft is afhankelijk van de juiste kweekomstandigheden dwz. de juiste hoeveelheden voeding, veel water en volop zon in het geval van bananen. (Hierbij is M. itinerans een mogelijk afwijkende soort wat zon betreft omdat deze vanuit de schaduw van natte bossen in Yunan afkomstig is.  (Itinerans is in zijn thuisland iets van een reus maar bij ons buiten is overwinteren onder dezelfde condities als voor M.basjoo en M.sikkimensis mij niet gelukt. ) Voedsel bij ons komt in de vorm van verrotte koeienmest aangevuld met kunstmest korrels.In de praktijk heeft de koeienmest voor meer dan 95% van de voeding dienst gedaan met het vervolg dat wij van reuze, gezonde bladderen hebben kunnen genieten maar, tot 2009, geen bloem of fruit. Ik zal straks hierop verder ingaan. Zoals eerder opgemerkt, water loopt hier normaal gesproken goed weg dus ik zorg voor voldoende voorraad voor de gunnera en bananen door middel van ondergrondse vijvers. Op een diepte van tussen 1 en 1,5m liggen schotelvormige lagen agrarisch folie. Wortels kunnen in en rondom dit geheel groeien en tijdens droog weer, zijn enkele minuten met de slang voldoende voor een paar weken water

Koud weer bescherming

’S  winters, dek ik de stam en het wortel systeem af met een laag droge bladeren met een noppenfolie dak er overheen om alles droog te bewaren. De ondergrondse vijvers blijven ook daarmee droog. Een combinatie van te veel vocht en geen groei zijn funest voor de meeste exotische planten, bananen in ieder geval zeker. Een banaan stam moet U zien als een kolom water bijeen gehouden door een heel tere organische vezel die meteen kapot gaat bij het bevriezen van het water.
Lente explosie

In de lente, komt de nieuwe groei vanuit het centrum van de stam. Als U de overgebleven stam voorzichtig terug gaat snijden na de winter, stopt U zodra U een groene punt in het centrum tegenkomt.  Temperaturen in de lente schijnen een belangrijk rol in het stimuleren van de groei te spelen. In 2006 hadden wij een bijzonder lange gure periode. Musa basjoo kwam heel traag op gang vanuit 80cm stammen dat ik had, dankzij bescherming gedurende de winter gebracht. Ook in het geval van M. sikkimensis (foto rechts) kreeg ik de indruk dat een groene groeipunt was begonnen in 3 schijnbaar gezonde stammen op een zonnige dag.
 
 Musa sikkimensis

Helaas gedurende 3 weken zijn de stammen gewoon afgetakeld – ze zijn niet duidelijk verrot maar zijn toch onder de kracht van water uit een tuinslang uit elkaar gevallen. Dit was niet zo in het geval van M. basjoo die bleef gewoon intact. Bij de aanvang van echt warm weer is M. sikkimensis krachtig vanuit nieuwe scheuten begonnen. Hans Prins schijnt ook moeite te hebben gehad met het overhouden van stammen op sikkimensis. In het kader van global warming en mildere winters(?) geloof ik dat een studie van temperatuur en het begin van groei in de verschillende banaan soorten heel interessant om niet te zeggen leerzaam voor de Nederlandse tuinman zou zijn.

Bloemen,vruchten & bemesting

De winter van 2008/2009 leek meer op een normale winter wat lage temperaturen betreft dan wat wij in de voorafgaande jaren hebben ervaren en zelfs de lente begon hier opmerkelijk later dan wij  gewent zijn. Ik heb de meter-dikke laag van droge bladderen van de Musa basjoo pas 1 april verwijdert en ik heb dit eerder nooit zo laat gedaan. Terwijl de meter-lange Musa basjoo stammen hard en gezond onder de bescherming waren gebleven, was mei al in zicht voordat een duidelijk bladontwikkeling op gang kwam - dat was ook veel later dan in voorafgaande jaren het geval was geweest. Vervolgens ging alles in rap tempo verder en enige vrezen voor mogelijke winterschaade waren al gauw vergeten. Eind september zag ik tot mijn verbazing dat er een bloem was ontstaan op een stam ( zie foto). Dat was niet zo makkelijk te zien vanaf de pad en daarom weet ik niet wanneer dit bloeiproces is begonnen. In ieder geval heb ik de stammen niet terug gesnoeid voor de winter bescherming tot 10 december wanneer het duidelijk was dat een vorst periode op komst was. Mijn bedoeling was om alles zoveel mogelijk te laten ontwikkelen - vergeet niet dat november was de mildste ooit in Nederland met middag temperaturen tot rondom 15 graden C. De vorst kwam zoals keurig voorspelt op 12 december binnen vallen. Toen ik een paar dagen eerder de banaan stammen terug snoeide, kwam ik nog twee bloeiende stammen tegen. Alle drie de bloemen heb ik in een vaas gezet en U treft een aantal foto's hier beneden aan.
  
M. basjoo in knop op de plant M. basjoo knop en klein bananas
M. basjoo bloem
M. basjoo bloem
Meeldraad van M. basjoo flower Klein bananas 
Klein bananas
Klein bananas

Een tweetal vragen komen bij mij op - ten eerst, waarom nu in 2009 ineens bloemen en, ten tweede, hoe kan ik het proces elk jaar zich laten herhalen met mijn planten buiten in de tuin? Ik heb betrekkelijk weinig op Internet kunnen vinden behalve foto's van anderen die overeen komen met de beelden boven maar niets specifiek over hoe men de bloei proces kan bevorderen enz. Ik heb het in mijn hoofd gehad dat bloemen kwamen pas tot ontwikkeling op een stam dat meer dan een jaar oud is. Als je stammen tot 1 m terugsnoeit in de herfst en dan na de winter gewoon weer laat ontwikkelen, ben je toch in wezen met een tweejarige stam bezig ? Misschien komt een verklaring voor in een stuk van een schrijver in Nieuw Zeeland (http://www.subtropical.co.nz/writingBanana06.html ) . Hij vertelt dat het bloeiproces komt op gang wanneer een plant voldoende blad heeft ontwikkelt en is niet seizoenverbonden . Verder herrinert hij dat een bemesting met een kali-bron  helpt met bloem en vruchten ontwikkeling. Terugdenkend over mijn geval is blad ontwikkeling altijd superb geweest ook in 2009, en ook ondanks een laat begin zelfs. Dit komt omdat ik heb altijd een vracht koeienmest rondom mijn plant gedaan . Dit is een rijke bron van stikstof dat blad ontwikkeling bevordert. In 2009 was ik met nieuwe perken in de tuin bezig en mijn bananen waren een beetje verwaarloosd in zover dat ze geen koeienmest kregen maar wel handen vol  algemene kunstmest wanneer ik aan dacht. Wanneer U denkt dat een symptoom van een wat eenzijdige bemesting( in dit geval stikstof ) kan een ogenschijnlijk gebrek aan overige elementen zijn ( dwz kali en fosfaten in mijn geval) dan is een mogelijke verklaring voor geen bloemen of vruchten tot 2009 voor de hand. Mijn pogingen om blad ontwikkeling tot een maximum te brengen hebben eigenlijk, wegens een kali gebrek, bloemen formatie geremd tot 2009 toen ik een "gebalanceerde" bemesting heb uitvoerd. In 2010 kan ik mijn hypothese gaan testen - komt U een keer langs om te zien of ik gelijk heb !?

Meer informatie
Ter informatie, een interessante artikel in de Royal Horticultural Society tijdschrift, "The Plantsman" (vol 7, deel 3, p156-161, 2008), onder de titel "The origin of Musa basjoo" geschreven door David Constantine omschrift hoe de "Japanese vezelbanaan" is eigenlijk een andere plant. Vezel is afkomstig van een wat minder winterharde plant op de Ryuku eiland en de verwarring is door niemand minder dan von Siebold veroorzakt.
Musa basjoo
is eigenlijk een decoratieve tuinplant dat was uit China door Japanese tuinliefhebbers geimporteerd.


Gember soorten

Mijn eerste belangstelling voor gember planten kwam omdat vele gelukkig zijn in lichte schaduw en dat is altijd interessant voor ons met onze grote bostuin. Zingiber mioga was een primeur in de Millenium Tuin en zijn bloei op een schaduwplek gaf de aanzet voor het planten in 2005 en 2006  van allerlei hedychium en roscoea soorten overal in de tuin, het Tropische Perkje meegerekend.

Het verlies van Canna “Durban”  wegens verrotting (zie volgende sectie) heeft ruimte voor een roscoea collectie gegeven – R. purpurea en R. purpurea “Brown Peacock”, R. auriculata “White Cap" en “Floriade”. Vanaf augustus doen ze denken aan een soort buitenseizoen iris. Ondanks het feit dat ze blijven doorbloeien, vallen ze om en zijn eigenlijk niets voor iemand die een heel net geheel wilt hebben! Trouwens, deze staan allemaal in lichte schaduw ondanks hun plek in het Tropische Perkje wegens hum positie ten noorden van Musa basjoo en enkele hoge Miscanthus gras soorten. De roscoea zijn allemaal in maart 2006 vanuit tubers van René Zijerveld in potten opgekweekt en vervolgens eind mei uitgeplant. Er is een uitstekend boek van T.M. E. Brannery verschenen onder de titel “Hardy Gingers” in R.H.S. Plant Collector Guide serie (ISBN 0-88192-677-9) dat ik van harte kan aanbevelen.

Canna

 
 Canna "Durban"

Wij hebben
Canna "Durban" (foto links) voor zijn bladkleur in de border gehad. (C. “Pretoria” heeft een wat vergelijkbaar blad patroon maar met een gele achtergrond in plaats van het paars-rood van Durban.) Net zoals vele tuinders heb ik per vergissing canna en dahlia knollen in de grond achtergelaten in de winter over de jaren. Juist de meeste hebben dit overleefd zonder enige bescherming. In de herfst van 2005 had ik een heel levenslustige groep Canna “Durban” in onze Tropische Perkje en heb bewust gekozen om ze buiten ter plekke te laten overwinteren. Ik heb ze een mulch van koeienmest gegeven, daarboven 20cm droge bladeren en knoppenfolie om droogte en isolatie te zorgen (foto beneden). 
 
 Banaan ingepakt voor de winter

Ondanks dit alles zijn de tubers gewoon in de grond verrot. Het blijft speculeren, maar ik vraag me af of dit iets met de lange, koude periode in de lente te maken heeft. Temperaturen die te laag waren om groei te stimuleren maar toch hoog genoeg om schimmels en verrotting op te laten treden? In dit zelfde verband had ik ergens anders een canna in een heel beschutte plek tegen een zuidelijke muur die heeft trouw de laatste 10 jaren buiten overleefd zonder enige bescherming. Dit is ook in 2006 verdwenen en dat geeft wat steun aan mijn hypothese.

Mijn eerste gedachte was om de canna gewoon te vervangen door “Pretoria” of “Durban” maar ik heb niets kunnen vinden in de handel. Daarom heb ik er roscoea soorten ingezet (zie sectie "Gember soorten"). 

Agaves (2006)
 
 Agave neomexicana 
Mijn proeven in de winter 2005-6 kwamen met woestijn bewoners opuntia en agave soorten uit de zuidelijk V.S. Het ging om
 A. neomexicana  (foto links)en A. havardiana  (foto bovenbladzij): opuntia soorten waren O.compressa, fragilis, macrorhiza en polyacantha (foto rechts).








 
 Opuntia polyacantha
Deze planten kunnen tot -25ºC tolereren in de droge woestijn. Mijn poging om alles 's winters droog te houden kwam in de vorm van een noppenfolie tent. Dankzij mijn eigen stommiteit is deze tent ingestort op twee A. neomexicana  en  O.polyacantha waardoor de agave veel aangetast werden door verrotting en ik heb ze weggedaan.  

Sierlijke bladeren, reusachtige bloemen en aparte vruchten

Er zijn drie planten dat zijn in 2006 tot hun recht zijn gekomen:

-          Hibiscus of Newbiscus “Mauvelous”

-          Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant

-          Melianthus major


Hibiscus/Newbiscus “Mauvelous”
(foto rechts)

 
 Hibiscus/Newbiscus “Mauvelous”

Wat Europa en Nederland betreft is deze winterharde, grootbloemige hibiscus die in 2005 verscheen een echte doorbraak. Hij werd in 2000 door Gilberg Farms kwekerij in de V.S. onder de naam “Matterhorn” geïntroduceerd en vervolgens in Europa door GreenWorks International uit “t Zand (http://www.green-works.nl/nl/bol-vasteplant/newbiscus//). Het is een meerjarige vaste plant voor een zonnige, wat beschutte plek die elk jaar tot een meter groeit en in de herfst tot de wortel terug sterft maar heeft geen bijzonder bescherming nodig. Reusachtige bloemen van minstens 10cm diameter komen vanaf augustus te voorschijn en dit gaat tot in de herfst door.

Onze eerste plant kwam ik bij de Firma Esveld in 2005 tegen en, met lichte verbazing, kwam hij zoals beloofd en beschreven in 2006 weer te voorschijn. Het schijnt een kruising tussen H. syriacus en H. moscheutos te zijn en is roze: in de V.S. zijn er ook rode en witte varianten, die zullen mischien hier ook komen. Ik neem aan dat dit afhankelijk van de tissue kweek en commerciële planning binnen Green Works is. Van bijzonder interesse is dat de plant bloeit in een gewone border en niet de water behoefte heeft van H. moscheutos (swamp hibiscus) dat niet bloeit bij onvoldoende vocht.


Melianthus major

 
 Melianthus major

M.major (foto links) pronkt met zijn sierlijke, getande bladeren en is lang bekend in de mildere tuinen in Engeland en Ierland. De beroemde Christopher Lloyd van Great Dixter (Engeland) heeft geschreven dat voor hem dit één van de mooiste bladplanten is. Het is een vermomde zegen dat de vorst alle bovengrondse stammen elk jaar kapot maakt omdat de mooiste bladeren op nieuwe stengles komen.  Als U hierover twijfelt, kijk goed naar exemplaren in de botanische tuin van Funchal (Madera) of in zijn thuisgebied in Zuid Afrika waar enkele bladeren waaien op de uiteinden van houtige stammen een beetje zoals plantaardige veren stofdoekjes! Eigenlijk moeten ze elk voorjaar terug gesnoeid worden – je mist hierdoor de bloemen maar “so what”.

Als je Melianthus goed door de winter loodst (droog en vorstvrij) is hij verder probleemloos. Dat gezegd, je komt ze niet altijd makkelijk tegen maar, uit persoonlijk ervaring, zijn ze makkelijk vanuit zaad te kweken. In ons Tropische Perkje, vormen ze leuk vertakte heesters, 1,5m hoog en 1m breed tegen augustus.

Tetrapanax papyrifera
Ik heb in de loop van 2005 voor het eerst iets over dit exotische lid van de Aralaceae gehoord van
Hans Prins die was ook begin 2006 de leverancier van mijn Tetrapanax papyrifera "Steroidal Giant". De gewone naam "Rijstpapier plant" geeft zijn gebruik aan in zijn thuislanden van zuidelijk China en Taiwan.
 
 Tetrapanax papyrifera "Steroidal Giant"
(October 2006)
Reuze varianten van de gewone Tetrapanax onder de namen "Steroidal Giant" en "Rex" zijn nu in omloop - ze lijken sterk op elkaar maar zijn duidelijk anders dan de gewone Tetrapanax. Belangrijk voor ons is dat, volgens Internet, ze lijken beter winterhard te zijn en kunnen tegen -15
oC. Met onze recente milde winters kan ik  hier niet over oordelen. Wat namen betreft staat "Tetrapanax" als een gegeven maar verder treft men de volgende varianten aan: papyrifer, papyrifera, papyriferum en papyriferus. Tony Avent van Kwekerij Plant Delights in de VS vertelt iets op zijn website over de origine van de Tetrapanax reuzen en hoe ze anders eruit zien dan de gewone Tetrapanax.
Ik heb mijn "Steroidal Giant" begin 2006 in een zonnige, beschutte plek vlak bij de Gunnera mannicata uitgeplant. Tot ongeveer augustus gebeurde weinig en toen, gelijk met de natste augustus van de laatste jaren, kwamen de steroïden in actie. Begin November vielen grote bladderen en lieten een forse stam van ~1 m achter. In 2007 ontwikkelde het ding tot een kolos dat de voorgenoemde Gunnera en een achter liggende sierbanaan (Musa sikkimensis) overschaduwde en deed anders tamelijk grote Sauromatum nubicum als een soort randversiering uitzien.
  
 Gunnera mannicata Typhonium (Sauromatum) nubicum           
“Voodoolelie” 
 
 
 
 Musa sikkimensis achter tetrapanax papyrifera

Met voorkennis had ik ongeveer 4m2 de ruimte kunnen geven. Uiteindelijk begin 2008 voelde ik me verplicht om de boel te verplaatsen maar dit was ronduit mislukt en geen teken van leven kwam eruit. Toch over flinke oppervlakte begon er enigszins bekende bladderen uit de grond te verschijnen. En, ja, je raadt het al, die ontpopte tot jonge "Steroidal Giants"! Hier valt op te merken dat dit verschijnsel heeft niet in 2006/7 plaats gevonden. Door 2008 heb ik deze kleintjes uitgegraven en opgepot en momenteel (November 2008) ontwikkelen ze zich verder in de kas. De Tetrapanax had grote vlezige wortels vlak bij het aardeoppervlak over enkele meters gevormd. Nadat de moederplant weg was, hebben ze duidelijk een overlevingsstimulans gekregen. Misschien zijn mijn waarnemingen voor potenti
ële kwekers interessant - het grootste succes was met planten van enkele weken oud die hun eigen wortelsysteem hadden ontwikkeld. Kleinere planten met vrijwel alleen dat vlezige "moederwortel" kwamen pas traag op gang. Bovendien, de hoeveelheid ofwel lengte van de moederwortel leek geen enkel effect op het aanslaan van de meegenomen stek te hebben. Ik had vervolgens zoveel mogelijk de wortels verder voorzichtig uitgegraven; bij wijze van proef heb ik lengtes van 0,5m hiervan in een kweekbed uitgezet. Geen planten zijn van deze wortelstekken gekomen en enkele maanden later bleef er niets over, alles was verrot. Tot zover mijn kweek tips.
Gezien mijn ervaringen en de tijd sinds de introductie van de reuze Tetrapanax varianten, komt het niet als een verassing dat ze niet moeilijk te krijgen zijn. Opmerkingen over wortel opslag komen vaak voor op Internet en de vraag is of het gebruik van een soort wortelbegrenzer zoals men heeft voor bamboe aan te raden is. Anders zou je een eigen perk in een gazon overwegen - opschot zou gewoon afgemaaid worden. In ieder geval, wees gewaarschuwd mocht U overwegen om een Tetrapanax in een gemengde border te gaan planten. Vanuit eigen ervaring weet ik dat mest fungeert als een lokstof voor hun wortels.
 
 Tetrapanax papyrifera "Steroidal Giant"
(augustus 2007)
"Steroidal Giant" ( vermoedelijk ook "Rex") zijn ongetwijfeld indrukwekkende planten zoals hier duidelijk te zien is. Opvallend voor mij is hoe goed een aantal planten van wortelopschot wiste zich in tamelijk diepe schaduw te ontwikkelen. Met een oog hierop ben ik van plan om in 2009 een aantal planten in schaduwplekken in 't bos te gaan proberen.
Poncirus trifoliata
In de zomerborder, zit onze enige winterharde citrus plant, Poncirus trifoliata, vol vrucht als ik schrijf in November (foto beneden). Poncirus draagt enorm grote doornen op zijn stam en, lees ik, wordt in Italië voor inbraakweerende hagen gebruikt. Plant hem niet te dicht bij een pad anders loopt men de risico een schram op te lopen. In de lente zijn er veel witte geurende bloemen (foto beneden rechts) en die gaan over in de vruchten in de herfst (foto beneden links). Geïntroduceerd in Europa uit noordelijk China rondom 1850, doet hij het best in volle zon en is volledig winterhard.

 
 Poncirus trifoliata

   
 Poncirus trifoliata vrucht  en bloem


Onze exotische planten elders

 
 Decaisnea fargesii

Eind 2006 heb ik drie Decaisnea fargesii (augurk struik) vanuit het Tropische Perkje elders in de tuin verhuisd. Hun bijzondere eigenaardigheid komt in de vorm van blauwe augurkachtige zaaddozen in de herfst (foto rechts). Makkelijk in de kweek stelt het weinig anders voor en ik zou hem niet voor een kleine tuin aanbevelen; hij neemt te veel ruimte in beslag en reikt tot 3m hoog. Dat gezegd en heeft U  wat ruimte over dan zijn de tactiele eigenschappen van de peulen heel erg fascinerend. Ze ogen wat hard maar zijn onverwacht zacht en buigzaam. Gaat U binnen kijken dan treft U zaad in een gelei dat doet denken aan kikkerdril.

Zoals vaker verteld, exotische planten zijn door de tuinen heen te vinden. Rondom de rozentuin, bijvoorbeeld, zijn veel exoten die al 10 of meer jaren op hun plaats staan – Opuntia humifusa, Arbutus unedo, Erica arborea “Albert’s Gold”, Phlomis chryosphylla, Daphne cneorum en Trachelospermum jasminoides “variegatum” zijn allemaal stille getuigen van wat men hier door een Nederlandse winter kan loodsen. In dit laatste geval is er meestal geen bijzondere winter bescherming nodig. Verder ziet U hier ook een grote Trachycarpus fortunei (Chusan palm) dat reikt tot het niveau van ons balkon en wordt alleen maar van sneeuw op de bladeren bevrijd in de winter.

Begonia grandis

Begonia-grandis3-27.1.jpg
                Begonia grandis
Begonia grandis ssp Evansiana
, een winterharde soort, komt in China en Japan voor maar is bij ons in de tuinwereld nog niet goed, althans niet goed genoeg, bekend. De afgelopen winter, 2008/9, was geen probleem voor onbeschermde planten bij " Op de Haar" maar ik zou wel maatregelen treffen als er ooit een Elfstedentocht op komst was - tot min 8 of 10 graden lijkt niet een probleem te zijn voor dit begonia soort. Zelfs een korte blik op de foto is voldoende voor een leek om een begonia vast te stellen en waarschijnlijk juist hierdoor lopen veel mensen in de eerste instantie de plant in de tuin voorbij omdat ze denken dat het een huisplant is dat als een soort tijdelijke noodvulling voor een gat is gebruikt.
Begonia-grandis4-27.1.JPG
Begonia grandis
Tja, het gaat ook hier om een bladplant waarvan de vaal rose bloemen zijn alles behalve spectaculair - desgewenst is er ook een soort met witte bloemen. Maar, kijk even en met een beetje aandacht voor plantenpositioneering dan zie je dat de achterkant van de bladeren zijn spectaculair rood. Als 't kan, zorg dat men de beplanting van de zijkant benardert of dat planten op een verhoging tov een pad zijn geplaatst ; dan is de reactie gegarandeerd anders. Verder voelt dit begonia het meest thuis in de schaduw, optimaal met wat vocht erbij. Dit alles gezegd, een plant dat eens goed doorworteld is kan ook redelijk goed tegen wat droogte en een  dosis zon, mits niet de hele dag. Bij de eerste vorst sterven de bovenaardse delen van de plant af om weer in de loop van april  boven de grond te verschijnen - hoe meer zon, hoe eerder vindt dit laatste plaats. Zo langzamerhand begint een beeld van een ideale schaduwplant hopelijk te vormen  en juist in 't voorjaar ontdekt U een bonus wanneer jonge planten beginnen te ontkiemen van de bulblets die tussen de bladderen en de stam tijdens het afgelopen jaar hebben ontwikkeld ;er is beslist geen spraken van woekeren hier  maar er zijn voldoende kleintjes om , desgewenst, meer exemplaren makkelijk op te kweken. Tot slot, een leuke plant om schaduw op te frolijken , makkelijk te groien en propageren en iets van een raadsel voor mij dat je 't nog zo zelden ziet.
 
Bizzy Lizzy
Impatiens-omeiana-23.2.JPG
Impatiens omeiana
Even min bekend is de winterharde zuster van "vlijtig liesje" ofwel Impatiens omeiana dat een vondst van Dan Jacobs op Omei Shan ( Emei Berg) , zuidoost Sichuan, China in 1983. Dit is ook een hele mooie bladplant voor een niet al te droge plek in de schaduw waar 't geleidelijk pollen met een hoogte rondom 30 cm vormt. Tijdens de nazomer komen er gele  trompetachtige bloemen eraan maar dit zijn echter ondergeschikt aan de sierwaarde van de bladderen.
Impatiens-omeiana223.2.JPG
Impatiens omeiana
Het vinden van Impatiens omeiana was ook iets van een uitdaging voor mij en mijn exemplaren zijn van
Kwekerij Fahner ( Deurningen) in de lente van 2009 afkomstig. 
Eind november 2009 - de warmste november maand in meer dan een eeuw - heb ik de planten met een strook knoppenfolie afgedekt en dat medio maart 2010 verwijdert. Elders in de tuin heb ik geen enkel maatregel genomen. Begin april waren jonge sprietjes duidelijk aanwezig in beide plekken en daarom lijkt winterhaardheid geen probleem te zijn tot minstens - 10 graden celsius.
Internet sites

 Een uitgebreide website met veel interessante links en een blog.

 Nog een heel informatieve sites met links is:

Meer algemeen maar toch heel compleet met informatie ook over “exoten” is:

Terug naar boven