Varens

 


Varen manie

 

Nog een plantensoort die men vaak met vochtige, schaduwrijke plekken associeert is de varen. De belangstelling voor varens in Engeland, vanaf ongeveer 1850 tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog,  was met de Nederlands tulpenmanie van een paar eeuwen eerder te vergelijken. Heel veel soorten met talloze variëteiten werden verzameld en geïdentificeerd – heel veel zijn helaas nu kwijt geraakt! Een eeuw geleden hadden veel landhuizen in Engeland hun “fernery” (varentuin) waar de planten tentoon werden gesteld.

Inheemse varens

Wij hebben geen “fernery” maar wij zijn rustig bezig met het verzamelen van soorten. Een bezoek aan het bos laat U in een oogwenk zien dat wij een ideale omgeving voor varens hebben.

De brede stekelvaren (Dryopteris dilatata) heeft eigenlijk onkruidstatus bij ons en komt overal, ongevraagd, te voorschijn.

 
 Osmunda regalis

De koningsvaren (Osmunda regalis) is Nederlands grootste inheemse varen. Een aantal planten was altijd hier in het bos aanwezig en nieuwe planten komen nog steeds op verschillende plekken te voorschijn. Wij hebben ook een variant met wat paarsachtige jonge stengels (O. regalis purpurescens) geplant.

De meeste varensoorten zijn voorzien van etiketten, met uitzondering van de gewone mannetjesvarens en de wat fijnere Athyrium filix-femina (“Lady fern”). Deze laatste varensoort is aan het uitbreiden langs de sloot die ons gebied scheidt van het Geldersch Landschap aan onze westelijke kant. Athyrium filix-femina heeft een wat fijnere structuur en is iets lichter groen dan de mannetjesvaren.

 
 
 Dryopteris felix-mas linearis polydactylia       

       Polystichum setiferum
          plumoso densum

                                                               
Vele soorten

Men heeft eigenlijk geduld en een vergrootglas nodig om de nuances en variaties onder de varens goed te waarderen. Wij hebben geen algemene poging gedaan om soorten samen te planten zoals in een botanische tuin maar U treft wel groepen in verschillende delen van de tuinen. Bijvoorbeeld, ik ben bezig met Polystichum setiferum soorten te verzamelen en die zijn naast elkaar geplant om makkelijker de verschillen te zien – of niet in sommige gevallen.

Een van de mooiste soorten is Athyrium nipponicum metallicum, afkomstig, zoals zijn naam aangeeft uit Japan. De bladvorm en kleur zijn heel mooi.                                                                               

  
 
 Athyrium nipponicum metallicum

  

Niet-winterharde varens

Wanneer twee mensen alleen een grote tuin fatsoenlijk moeten onderhouden, dan betekent elke plant in een pot wat extra dagelijks werk en dat kunt U niet verwaarlozen. Dus U treft weinig eenjarige planten en geen hangmandjes bij

ons aan. Toch zijn er potten met planten die niet buiten kunnen overwinteren en de kas in moeten.

 
  Dicksonia antarctica

Aan de noordkant van het huis bij de voordeur vindt U onze twee boomvarens (Dicksonia antarctica). Die kunnen wel wat lichte vorst verdragen, maar het gevaar van verrotting in de kroon en uitdrogende, ijzige winden eisen wel een winter-onderdak. (Dit jaar heb ik wel de kleinere varen als proef tot de kerst op de patio aan de zuidkant van het huis laten staan – maar ik zal het niet aanbevelen).

Aan de zuidkant van het huis, treft U Blechnum chilense – deze werd in vieren gesplitst in maart 2005. Dit exemplaar is zijn leven als een piepklein plantje midden op het pad van de beroemde Zuid-Ierse bostuin “Dereen” begonnen. Dit vertrapte kleintje van toen 2cm zag er ineens uit als interessant, maar ten dode opgeschreven, dus ik heb het gered. Ook ziet U Woodwardia unigemmata uit de Himalaya – dit heb ik in Spinner’s Garden in Bournemouth (Engeland) gekocht. Beide varensoorten zijn kandidaten voor een plek buiten (met winter afdekking) maar ik ga dit niet wagen tot dat ik meerdere exemplaren heb.

 
 Osmunda claytoniania
 

Voor meer informatie over varens zie http://hardyfernlibrary.com/ferns/home.cfm